.......................................................................................................

Z A A L T E K S T bij de expositie in Galerie Noord

deze tekst is geschreven door Emmie Muller in opdracht van Galerie Noord mei 2017

Stadslicht

Deze maand presenteert Galerie Noord een exposé met schilderijen uit het oeuvre van Otto Krol. Op een na, zijn de schilderijen tot stand gekomen tussen 2012 en 2016. De konsekwente werkwijze en thematiek maken dat de tentoonstelling een museale uitstraling heeft gekregen.

lees meer...

De schilderijen van Otto Krol zijn geschilderd met olieverf op schildersdoek, paneel of papier. Bij deze verfsoort is een plantaardige drogende olie (meestal lijnolie) het bindmiddel dat de kleurpigmenten bijeen houdt en met terpentine wordt aangelengd. Papiervezels hebben een sterk zuigende eigenschap. Om te voorkomen dat dit verfmengsel vlekken zou achterlaten wordt het papier eerst behandeld met een laag doorzichtige latex. Op deze glad gemaakte ondergrond blijft de verf op de drager liggen en kan de schilder controle houden over zijn penseelstreken.

Dit is bij de schilderstechniek die Otto Krol hanteert van cruciaal belang, omdat hij de olieverf sterk verdund op de drager aanbrengt. De verhouding tussen olieverf en terpentine komt heel precies, want de verf mag bij het schilderen niet gaan druipen.

Het schildersdoek wordt op een vergelijkbare manier geprepareerd. Ook deze drager heeft door zijn weefstructuur een sterk zuigende werking. Door de drager meermaals te voorzien van een laag gesso die daarna wordt opgeschuurd, ontstaat een even zo glad oppervlak. Deze manier van prepareren is vrij arbeidsintensief. Aangezien de schildersstijl van Otto Krol vraagt om een zekere mate van vlotheid zal hij met name voor zijn kleinere werk kiezen voor houten dragers, zoals mdf en masonite. Deze 'kant en klare' panelen voldoen aan zijn specifieke eisen.

Het centrale thema van deze collectie schilderijen is het stadsgezicht. We zien straten, huizen en flats, bloemenstalletjes en terrasjes, industrieterreinen, kranen en boten aan de kade. Otto Krol legt met de camera deze plaatsen op foto vast, om later in het atelier uit te werken tot een schilderij.

Deze plekken zijn niet alleen gesitueerd in Nederland, maar ook daar buiten. Belangrijk is dit echter niet, want het gaat de schilder niet om de plek zelf, maar om de compositie die hij daaruit kan destileren. Het overzicht, de omgeving van zijn onderwerp, laat hij ook buiten beschouwing. De titels onderstrepen deze artistieke keuzes, want zij laten zich eerder lezen als geheugensteuntjes dan als verwijzingen naar de inhoud.

Ten behoeve van de compositie selecteert hij uit het scala van visuele indrukken datgene wat voor hem schilderkunstig bruikbaar is. Dit manipuleren van de werkelijkheid komt ook terug in zijn kleurkeuze. Onder zijn handen kan een saaie grijze deur groen geschilderd worden, omdat deze beter past bij de compositie die hij op dat moment (letterlijk) voor ogen heeft. Otto Krol schildert noch abstract, noch figuratief. Zijn beeldtaal balanceert op de scheidslijn tussen beiden. Afgaande op het onderwerp ontstaat vanzelf een werk van figuratieve aard "Roeiboot" of een werk met meer abstractie.

Het werk getiteld "Eureka" is hier een goed voorbeeld van. Bij de kijker zullen eerst de abstracte kleurvlakken in het oog springen en daarna pas de voorstelling met de straat, lantaarns en huizen. Deze 'vertraging' in de waarneming is één van de intenties die Otto Krol in zijn werk nastreeft. Een ander kenmerk van de compositie is de keuze voor een grote, frontale vorm in het midden. De centraal geplaatste vorm zorgt voor evenwicht en harmonie. Door het verdwijnperspectief achterwege te laten is er geen sprake van een illusoire dieptewerking en blijft het werk van een hoog abstract nivo. Een uitzondering op de regel zijn de schaduwpartijen langs muren en daken die weldegelijk een suggestie van ruimtelijkheid oproepen: zie "Daken"

De kleurvlakken spelen ook een rol in het licht donker contrast dat in deze schilderijen volop aanwezig is. In combinatie met een voorliefde voor okergele tinten krijgen zij een mediterrane uitstraling. Zonnig en positief. Het licht is niet in alle schilderijen zo zonovergoten aanwezig. De werken "Papaverkanaal" en "Amsterdam Noord" zijn afgeleiden van dezelfde foto. Dat valt nauwelijks op, omdat de laatste van de twee geschilderd is in blauwtinten, een kleur die als veel koeler wordt ervaren. Het kleurenpalet van Otto Krol fluctueert tussen sprekende kleuren en vergrijsde tinten, tussen polychroom en monochroom, tussen expressief en ingetogen.

Naast het spel met vlakken, ritme en herhaling draagt ook de schildertoets bij aan de dynamiek in het werk. De kleurvlakken worden afwisselend transparant of dekkend aangebracht. In de transparante partijen is duidelijk zichtbaar hoe losjes met de penseel over de drager is bewogen, maar ook met hoeveel precisie dat gepaard is gegaan. Deze lichtvoetigheid contrasteert mooi met de stevige, dekkende partijen daar omheen. In het werk getiteld "Marfa" is over een oude schildering heen geschilderd. Een werkwijze die Otto Krol niet vaak toepast, dit werk is op deze tentoonstelling de enige, en daarom de moeite van het bekijken waard, omdat de transparantie een extra dimensie krijgt door het sterke effect van de gelaagdheid. De oorspronkelijke grijze daken van golfplaat zijn vervangen door gladde groene daken, wat maar weer bewijst dat Otto Krol als een regisseur het thema naar zijn hand weet te zetten. Zijn schilderwijze is direct en spontaan en wat hij wil schilderen "moet er in één keer op staan". Hierdoor kan hij zichzelf blijven verrassen en profiteren van zijn onbewuste kennis en ervaring. Zijn handen doen instinctief het werk, meer dan zijn hoofd. De werken op papier getuigen hiervan. Deze reeks is een selectie uit zo'n veertig beelden en het resultaat van een project waarin de schilder zich ten doel heeft gesteld om elke dag één werk te maken.

Op bijna alle doeken ontbreekt elk spoor van menselijke aktiviteit en daar waar mensen wel opduiken, ondersteunen zij als vlekjes de compositie. De verstilde sfeer, die dat oproept, brengt beelden in herinnering van Giorgio Morandi, één van de inspiratiebronnen van Otto Krol, die zich tevens laat inspireren door David Hockney, Henry Matisse en Edward Hopper. Voor wie thuis is in de kunstgeschiedenis zullen invloeden van deze leermeesters niemand ontgaan. En toch zijn deze schilderijen uitsluitend verwant aan zichzelf en aan hun authentieke maker. Door dicht bij de werkelijkheid te blijven heeft deze schilder zijn artistieke vrijheid gevonden. En als we goed blijven kijken gaan zelfs de ramen en deuren open en roffelen de stadsgeluiden uit de verte ons langzaam tegemoet. Het is meer dan goed toeven in deze eigen werkelijkheid van Otto Krol.

.......................................................................................................
.......................................................................................................

De gelaagde werkelijkheid van Otto Krol

Tekst bij de opening van de expositie in 2013 - guest@art affairs
door Nico Keuning

Het nieuwe, recente werk van Otto Krol is ontstaan uit een experiment. Het resultaat is even verheugend als verrassend.

lees meer...

Na het schilderen van groepen mensen in composities van kleur, lijnen, schaduw en licht hebben de mensen plaatsgemaakt voor stillevens, gebouwen en objecten. Geen olieverfschilderijen in groot formaat op doek, maar schetsjes van 25 x 32 cm van olieverf op geprepareerd wit, glad papier. 'Dat strijkt makkelijker.'

Evenals in eerder werk, vormen foto's die Krol zelf heeft gemaakt de bron van de veertig miniatuurschetsen. Elke schets is in één dag geschilderd. 'De volgende dag begin ik aan een nieuwe en ik wil niet proberen de vorige te verbeteren,' stelde hij zichzelf als opdracht. Dat zette hem onder druk. En dat leidde vervolgens tot een opzienbarende productie van honderd schetsen, waarvan in deze publicatie de beste veertig worden gepresenteerd. Veertig tinten groen, geel, oranje, blauw.

Ik wil vloeiend schilderen met dunne verf, losjes en toch precies.' Hij wil het object van de werkelijkheid af schilderen. 'Dus nam ik voor een auto transparant groen over geel. Dan krijg je effecten die niets met het oorspronkelijke rood van die auto te maken hebben. Op deze manier neem ik het heft in eigen hand. De vorm is heilig. Maar een zilvergrijze fabriek, maak ik groen. De lucht verander ik vervolgens in groenblauw. Zo ontstaat er binnen de compositie evenwicht, harmonie, eenheid.'

Het hardgele flesje met schoonmaakmiddel, krijgt zachtere kleuren, waardoor het flesje tegelijkertijd iets anders wordt. Een vorm van abstraheren. Krol wil in zijn schilderijen iets aan de werkelijkheid onttrekken. Juist daardoor voegt hij er iets aan toe. Bijvoorbeeld de schets van het toetje van ijs, bosbessen en rode bessensap. Door de uitvergroting van het detail ziet het er wat bloederig uit. 'Het krijgt iets van een dramatiek in zich die er oorspronkelijk niet in zat.' Iets van suggestie, suspense. Zoals het onopgemaakte bed in een hotelkamer. Een interieur door een geopende deur bekeken. Een stoel waar iets op ligt. Het zou een mens kunnen zijn. Wat ligt daar?

Krol speelt een intrigerend spel met object en omgeving. Daarnaast blijft hij trouw aan de onderwerpen uit zijn beginperiode. Hij voelt zich aangetrokken tot gebouwen en stadsgezichten die zich aan het pittoreske onttrekken. Het oog van de kijker valt samen met de hand van de schilder in de aandacht voor vlakverdeling, verticalen, horizontalen en diagonalen. Daarbij is dun schilderen voor Krol een synoniem voor transparantie, 'zodat je dingen door elkaar heen ziet, waardoor het minder realistisch wordt'. Door deze gelaagde werkelijkheid ontstaat er leven in de schetsen van Krol: suggestie en suspense.

.......................................................................................................

Otto Krol

Tekst in de publicatie "Vlakken, vormen, kleuren en zonlicht" door Anneke Oele

Hoewel hij al 21 jaar in Amsterdam woont is Otto Krol een Groninger. In de stad Groningen geboren uit Friese ouders, een echte noorderling. Hij noemt zichzelf zuinig met woorden en probeert een verhaal dat hij wil vertellen terug te brengen tot de essentie. Al formulerend zoekt hij naar de juiste woorden.

lees meer...

Dat is ook de manier waarop hij schildert. Hij is zuinig met verf, kijkt veel en zoekt een manier om zo precies mogelijk weer te geven wat hij wil zeggen. Daarbij blijft hij altijd een buitenstaander, een waarnemer.

Begonnen als fotorealist moet hij nog steeds vechten tegen het realisme dat op de loer ligt. Hij wil het hebben over kleurvlakken, ritme in de voorstelling, licht. Daar heeft hij zonlicht voor nodig, zodat de contrasten en daardoor ook de lijnen tussen de vlakken een belangrijke rol gaan spelen.

Het gaat hem om de overgangen, de vlakken.

De groepen personen zijn geobserveerd van buitenaf en op de rug. Daardoor leidt de voorstelling niet af van de expressie op de gezichten. Daar is het hem niet om te doen. Het gaat hem niet om de persoonlijkheid van de afgebeelde personen. Misschien is hij wel als buitenstaander geínteresseerd in de verbondenheid van zo'n groep, de gezelligheid die de groep uitstraalt. Mocht dat zo zijn, dan is dat volgens zijn eigen zeggen 'zonder dat hij zich dat bewust is'. Hij geniet van wat hij om zich heen ziet, is zeker geen melancholicus als zijn grote voorbeeld Edward Hopper. Eerder een bewonderaar van het werk van David Hockney of Matisse.

Hopper zorgde ervoor dat hij de wereld ging bekijken als lichtplekken, Hockney en Matisse laten zien hoe je een voorstelling al schilderend reduceert tot de essentie.

Vormen, kleuren, vlakken en zonlicht, daar gaat het om in de schilderijen van Otto Krol. En om de strijd tussen vertelling en essentie, tussen voorstelling en schilderkunst.

Anneke Oele, 2011

.......................................................................................................

Verplaatste personen

Columns van Gerrit Krol met afbeeldingen van werk van Otto Krol

Uitgeverij "Reservaat" Heiloo 2009


.......................................................................................................

Otto Krol & de zuiverheid van de paperclip

Toespraak gehouden bij de opening van de expositie in Radio Noord te Groningen door Gerrit Krol in december 1982.

Het is bekend dat een jong kunstenaar over het werk van zijn oudere collega's vaak een negatieve mening heeft. De psycholoog heeft hier zijn verklaring voor, maar de kunstenaar ook. Hij heeft zijn wortels in het verleden, maar de bloem die zich ontvouwt is nieuw en nog nimmer gezien. Hoe meer bloem, des te meer is de kunstenaar bereid toe te geven dat deze bloem wortels heeft. Aan de uniciteit van het werk ontleent de kunstenaar zijn persoonlijkheid, - hij wordt herkenbaar; aan de wortels, aan de traditie zijn artisticiteit. Zonder traditie had je het bijvoorbeeld geen kunst genoemd. Als de technisch perfecte schilderijen van Otto Krol weerstand oproepen, komt dat omdat ze nieuw zijn,

lees meer...

nog niet eerder gezien én omdat ze de pretentie hebben kunst te zijn. Een foto van een kantoorkast, of een digitaal beeldscherm, of zelfs een schilderij ervan in een vakblad voor automatisering zou geen enkele aanstoot geven, zeker de lezers van het blad niet. Zou je echter een gemiddelde lezer van zo'n blad vragen wat er mankeert aan de schilderijen van Otto Krol, dan zou het antwoord luiden: gevoel, ik moet iets voelen. Gevraagd naar een specificatie van dit gevoel, zal hij waarschijnlijk invullen: warmte, spanning, of dramatiek. Hij zal, van goeden wille, wijzen op de schilderijen die hem wél ontroeren: meisje bij bushalte, postkantoor, met de mensen voor het loket: zo kan het toch ook? Goed, voor deze mensen is dit schilderij gemaakt.

Toch zijn er die meer houden van een postkantoor op het moment dat het gesloten is. Stel u voor: postkantoor op zondagmorgen. Alleen de woorden al.

Eén van mijn nieuwe favorieten hier, is: het schuurtje.

Rode steen, zon, schaduw, boom op de achtergrond. Geen personen, geen compositie, geen stofuitdrukking van belang: sommige stenen lijken wel van karton! De bladeren van de boom zijn alle afzonderlijk geschilderd en tamelijk groot. De boom staat achter het schuurtje, de hemel is blauw, het schuurtje is van het soort dat je tegenwoordig in veel buitenwijken ziet: het is nieuw, en de schaduw is scherp. Ik kan hier lang naar kijken: zo horen schuurtjes te zijn, tenminste op linnen. Zo hoort de wereld te zijn en je hoort aan de stem die dat zegt met wat 'n emotie hij geladen is.

De emotie hóór je als Otto je de interfererende lichtvlakken op de zijkant van de Gispen-kast aanwijst. Of emotie... je kunt het ook plezier noemen, of het genoegen in de constatering dat zoiets blijkbaar mogelijk is, want het is geschilderd. Met eenzelfde soort voldoening vertelde Otto mij ooit van zijn liefde voor paperclips.

Misschien komt hij nog eens in de gelegenheid hele dagen op kantoor door te brengen - in de ogen van de gewone man geen bewijs van artisticiteit, maar Otto zou er geloof ik geen bezwaar tegen hebben. Paperclips in overvloed; en elk exemplaar is weer een wonder, goed beschouwd, en goed geschilderd.

Resumerende beweer ik dat in het werk van Otto Krol veel meer emotie zit dan de gangbare opinie gewend is aan dit soort werk toe te kennen. De consistentie ervan, de volhardende aandacht van de schilder voor al die dingen die zelf geen emotie kennen, zou je zelfs sentimenteel kunnen noemen.

Vroeger had je aan de muur, thuis, schilderijen van heidevelden met een plaggehut erop, suggererende armoe en eenzaamheid. De gangen in een kantoor zijn niet minder eenzaam. Als ik, op mijn werk, door de gangen loop, in m'n eentje, denk ik nogal 's aan Otto. De eenzaamheid en de armoe van de twintigste eeuw. We zijn er gek op, Otto en ik; je kunt er iets schitterends van maken.

.......................................................................................................

Interview voor VPRO-radio - "De Avonden" - 30 september 2009